Social media

By A Web Design

Meld je aan voor de e-zine!

Follow me on Twitter



PDF Afdrukken E-mailadres

Onderzoek

Bij vrouwen die gedurende langere tijd niet meer menstrueren, is het voldoende om eenmaal de waarde van de hormonen FSH, LH, oestradiol en progesteron te onderzoeken.

Bij vrouwen die nog een paar keer per jaar menstrueren, zullen de waarden van de hormonen rondom de menstruatie normaal zijn en is vaker dan één keer bloedonderzoek nodig.

Ook kan de arts testen aanvragen om de werking van de schildklier te onderzoeken en om na te gaan of er afweerstoffen tegen de schildklier en/of bijnier zijn.

Echoscopisch onderzoek van de eierstokken of weefselonderzoek van de eierstokken door middel van een kijkoperatie is overbodig.

Omdat bij een vroege overgang het risico op botontkalking groter is, zal de gynaecoloog eventueel een botdichtheidsmeting aanvragen, een DEXA-meting. U krijgt dan via een ader een radioactieve vloeistof ingespoten, waarna röntgenopnamen worden gemaakt.

 

Gevolgen van de vroege overgang op korte termijn

Klachten

De klachten zijn vergelijkbaar met de klachten die optreden bij de normale overgang.

Typische overgangsklachten zijn klachten die vrijwel uitsluitend voorkomen bij vrouwen in de overgang. Voorbeelden zijn opvliegers en nachtzweten, pijn bij de gemeenschap en klachten bij het plassen.

Atypische klachten zijn klachten die niet duidelijk met de overgang samenhangen, maar wel vaak door vrouwen worden genoemd, zoals stemmingswisselingen, prikkelbaarheid, droge huid en slijmvliezen, pijn bij de gemeenschap, geen zin in seks, vermoeidheid, pijnlijke gewrichten. Deze klachten kunnen eventueel leiden tot spanningen met uw omgeving.

 

Vruchtbaarheid

De eierstokken werken niet meer en de vruchtbaarheid is sterk verminderd. Veel vrouwen met POF zullen dus geen kinderen (meer) krijgen.

Het is echter wel mogelijk dat na enkele maanden of zelfs na jaren de eierstok weer normaal werkt; dat kan kort zijn (één eisprong), maar het kan ook langer duren (enkele maanden regelmatige menstruatie). We kunnen niet voorspellen of dit zal gebeuren en wanneer.

Het betekent wel dat 5-10 procent van de vrouwen met POF toch nog spontaan zwanger wordt. Wilt u dat niet, dan moet u, ook al hebt u POF, toch anticonceptie gebruiken. De hormonen tegen overgangsklachten beschermen niet tegen zwangerschap.

 

Zwangerschap

Er is geen behandeling die de kleine kans op zwangerschap met eigen eicellen kan vergroten.

De enige medische behandeling die een echte kans op zwangerschap biedt, is in vitro fertilisatie (IVF, reageerbuisbevruchting) met eiceldonatie.

Bij IVF ondergaat een andere vrouw (de donor) een IVF-procedure en staat zij vervolgens de eicellen af. Deze eicellen worden bevrucht met het zaad van uw partner. U krijgt zelf hormonen om de baarmoeder voor te bereiden op een zwangerschap. De bevruchte eicellen worden vervolgens in uw baarmoeder geplaatst (zie folder IVF).

In Nederland gebeurt eiceldonatie niet anoniem. Dit betekent dat u zelf een donor moet zoeken.

De kans op zwangerschap bij een IVF-procedure met eiceldonatie is ongeveer even groot als bij een gewone IVF-procedure: ongeveer 20-25 procent.

 

Gevolgen van de vroege overgang op lange termijn

Botontkalking (osteoporose)

Het hormoon oestradiol speelt een belangrijke rol in de botopbouw. Ongeveer de helft van de vrouwen die vroeg in de overgang komen, krijgt de eerste jaren na het stoppen van de menstruatie te maken met versnelde botafbraak.

Om een indruk te krijgen hoe de botten zijn opgebouwd kan men een meting doen van de botmineraaldichtheid. Wanneer de botten 'dicht' genoeg zijn en u hormonen gaat gebruiken, dan is verdere controle overbodig. Besluit u geen hormonen te gebruiken, dan kan de meting na 1 of 2 jaar worden herhaald.

Wanneer de botten te weinig botopbouw hebben, kan behandeling plaatsvinden.

 

Hart- en vaatziekten

Vrouwen die te vroeg in de overgang komen, hebben iets meer kans op hart- en vaatziekten.

Wetenschappelijk onderzoek lijkt aan te tonen dat door gebruik van hormonen deze kans niet kleiner wordt.

 

Borstkanker

Het risico van borstkanker wordt onder andere bepaald door het aantal jaren dat de borsten zijn blootgesteld aan hormonen, of deze nu door het lichaam worden aangemaakt of 'van buitenaf' worden ingenomen. Vrouwen met POF missen het grootste gedeelte van de normale hormoonproductie en hebben daardoor mogelijk een kleinere kans op borstkanker.

Bent u te vroeg in de overgang en gaat u tot uw eenenvijftigste jaar weer hormonen gebruiken, dan neemt de kans op borstkanker weer toe. Waarschijnlijk is deze kans dan weer gelijk aan die van vrouwen die tot hun 51ste jaar zijn blijven menstrueren.