|
|
|
|
Men spreekt van 'herhaalde miskraam' of habituele abortus wanneer een vrouw drie miskramen (tot twintig weken) achter elkaar krijgt of meer (dus zonder dat er een gezonde zwangerschap tussendoor geweest is). Primaire habituele abortus betekent dat een vrouw nog nooit een zwangerschap verder dan twintig weken heeft uitgedragen. Van secundaire habituele abortus spreekt men wanneer de vrouw wel al eerder een zwangerschap volledig uitgedragen heeft. De kans op een miskraam wordt in het algemeen geschat op 15 % van alle zwangerschappen die vastgesteld worden. Daar veel zwangerschappen al geƫindigd zijn voordat de normale menstruatie op gang komt en dus niet alle zwangerschappen bekend zijn, wordt wel gezegd dat de helft van alle zwangerschappen eindigt in een miskraam. De kans dat een vrouw drie miskramen achter elkaar krijgt, zou statistisch dus 0,4% moeten zijn. In de praktijk blijkt dat echter twee keer zo veel te zijn: 0,8 tot 1,0% van alle vrouwen. Daarom spreekt men bij habituele abortus van een apart ziektebeeld. Van alle vormen van zwangerschapsverlies treedt 90% op in de eerste zestien weken (miskramen). Van deze treedt weer 90% op in de eerste twaalf weken. Daarbij moet bedacht worden dat bij veel miskramen die rondom de twaalfde week spontaan optreden, het vruchtje al eerder is gestopt met groeien: het is heel normaal dat daar een week of twee tussen zit. Wie dus bij een echo met tien weken hartactie ziet, heeft een heel grote kans dat de zwangerschap daarna voorspoedig zal verlopen. De oorzaken van (herhaalde) miskramen liggen verschillend afhankelijk van hoe ver de zwangerschap gevorderd is. Bij late miskramen (tussen ca. twaalf weken en ca. zestien weken) zijn vaak al andere dingen aan de hand dan bij vroege miskramen (tot ca. twaalf weken). Oorzaken kunnen onderscheiden worden in oorzaken bij het vruchtje, oorzaken bij de vrouw, oorzaken bij de man.
|




