Algemeen | IVF is een behandeling voor onvruchtbaarheid. In vitro fertilisatie (IVF) betekent letterlijk: ''in glas bevruchting'' en wordt in Nederland ook wel reageerbuisbevruchting genoemd. Om bevruchting te laten plaatsvinden brengt men in het laboratorium eicellen samen met zaadcellen. Om eicellen te verkrijgen worden de eierstokken gestimuleerd met hormonen. Daardoor groeien er follikels (eiblaasjes), die de eicellen bevatten. Uit deze follikels wordt, via de schede, de vloeistof met de eicellen weggezogen (de punctie). De zaadcellen worden uit het sperma gehaald. Na samensmelting van eicel en zaadcel in het laboratorium ontstaat een embryo, dat in de baarmoeder kan worden geplaatst. Als dit embryo zich innestelt, ontstaat een zwangerschap. Dit gebeurt, afhankelijk van de leeftijd van de vrouw, in ongeveer 25 tot 30 procent van de IVF-behandelingen. De uiteindelijke kans op de geboorte van een kind is gemiddeld 20 procent per IVF-poging. Bron: www.nvog.nl |
|